naam
 
    Home
Visie
Column
Publicaties
CV
Links
Contact
Colofon

Geachte dames en heren Politici, dames en heren van de pers, geachte aanwezigen,



Het goede nieuws is: de kloof tussen burgers en politiek kàn worden overbrugd. Waar is de kloof vandaag zichtbaar? Ik denk aan Barendrecht en haar CO2, de verbureaucratiseerde Jeugdzorg, Eurlings met zijn rekeningrijden/kilometerheffing, de gemangelde beroepsgroepen in de gezondheidszorg, de losgeslagen bestuurders van woningcorporaties, de A1-Spitsstrook (weet u nog?), al het gedonder rondom de politie dat maar niet ophoudt, de pracht(Vogelaar)wijken, het Onderwijs dat nu weer moet gaan tijdschrijven en ga zo maar door, de reeks voorbeelden wordt langer en langer. Maar je ziet het ook bij het aanhoudend geklungel rondom Geert Wilders.

Ik heb het idee dat velen wel een bepaald gevoel hebben waar de schoen wringt, in de analyses zijn patronen zichtbaar. Maar de beperking zit hem in de versmalde blik; het gaat òf over allochtonen/Geert Wilders die de gewone man vertegenwoordigt/het immigratiedebat, òf het gaat over het falen van de overheid en de Haagsche regelzucht, òf we zoek de oplossing in het aanpassen van de spelregels van de democratie: aanpassing van het kiesstelsel/rol Tweede Kamer en Eerste Kamer/referenda. Maar een samenhangende analyse en oplossing zie ik niet.

Ik denk dat er twee perspectieven zijn, beide zijn fundamenteel en we moeten ze in samenhang beschouwen. Het ene perspectief is dat van burger en samenleving, wijzelf dus, mijn buurman en ik, waar wij allemaal een eigen verantwoordelijkheid hebben en waar ontzettend veel te doen is, want de openbare ruimte die is van ons allemaal, terwijl we doen alsof dat niet zo is en we moeten weer leren wat normale omgangsregels zijn. Het andere perspectief is dat van de politiek en de overheid/de collectieve sector, waar democratisch gekozen politici en bestuurders (die een specifiek bestuurlijk mandaat hebben genomen) een collectieve verantwoordelijkheid hebben. Laat ik beginnen bij de actuele politiek en de rol van de overheid daarin.

Vogelaars’ 40 prachtwijken – er komt voorlopig niets van terecht. Het beeld dat oprijst is van gesteggel over centen en bestuurlijke ruzies. Ik zie twee structurele problemen. Er is een begrotings- (financierings)probleem. Dat komt omdat er een aparte minister is benoemd die allemaal budgetten krijgt toegeschoven, maar die budgetten die waren er al en die werden al uitgegeven (het is geld van VROM, van het Grote Steden Beleid, van de inburgering). Daar is door de politiek een mooie strik omheen gedaan - die heet Wonen Werk en Inkomen - en nu moet alles opeens anders van deze nieuwe minister. Maar zo zit de werkelijkheid natuurlijk niet in elkaar. Goede projecten die in uitvoering zijn, zijn opeens niet goed meer, er moeten nieuwe plannen komen. Waanzin. En er is een bestuurlijk probleem, dat hangt nauw hiermee samen. We zien een lange termijn ontwikkeling binnen de collectieve sector van decentralisatie van taken naar gemeenten en zelfstandige uitvoeringsorganisaties, zoals woningbouwcorporaties, de achterliggende visie is dat oplossingen van complexe woon-gerelateerde vraagstukken vooral een lokale aangelegenheid zijn en in de eerste plaats een probleem van de mensen die het aangaat en het lokaal bestuur. Daar zit de specifieke kennis van omstandigheden en de wil om de problemen aan te pakken. “Vertrouwen in de Buurt”, schreef de WRR in 2006. Maar wat is er gebeurd: regentesk Den Haag stapt weer in de valkuil dat ze het allemaal beter weten dan al die lokale mensen, organisaties en bestuurders en gaat weer lekker centraal plannen, sturen en afdwingen. Den Haag zal wel even zeggen wat de probleemwijken zijn en hoe het allemaal moet. Achterhaald dirigisme.

De nieuwe politie-CAO. Een ander soort probleem, maar opnieuw deels financieel, een veeg teken voor de stand van dit land. De politie voelt zich miskend, respectloos bejegend en ik begrijp dat volledig. Politiewerk kan mooi zijn, veelzijdig en met een grote verantwoordelijkheid en dat kan veel bevrediging geven en dan hoeft het niet eens dik betaald te worden (zoals elders waar veelzijdigheid en grote verantwoordelijkheid hele hoge salarissen oplevert), want je krijgt er een hoop voor terug: waardering, respect. Maar als je dat nu juist niet krijgt en uitgejouwd wordt en met stenen bekogeld, want dat is wat er gebeurd, dan ligt het natuurlijk totaal anders. Dan is 1600 netto voor een zeer ervaren brigadier die er in de weekenden bij moet klussen om rond te komen natuurlijk een belachelijk lage honorering – wie is er zo gek om dat werk te blijven doen? De politie moet – als wij allen er met elkaar in het openbare leven zo’n puinhoop van maken - veel beter betaald worden en als dat betekent dat de politiebegroting moet worden opengebroken is dat de ijzeren consequentie. Wijzelf kunnen onze dienders een handje helpen – door het schorremorrie aan te pakken, verantwoordelijkheid te nemen. Het probleem van de politie draagt dus beide kenmerken: de financiële kant is het probleem van de overheid (weer de rijksbegroting), het gebrek aan waardering waardoor het een hondenbaan is geworden, is een samenlevingsprobleem.

En dan hebben we het Onderwijs, waarbij nu twee zaken in het oog springen: de 1040-urennorm en de naweeën van de commissie Dijsselbloem. Bij de 1040-urennorm zien we opnieuw de betutteling, “het controleren en afrekenen, de verstikkende stapeling van toezicht en verantwoording”, zo noemde de WRR (voluit) dit in haar rapport “Bewijzen van goede dienstverlening”, 2004. Den Haag weet precies hoe er in het land les moet worden gegeven en legt allerlei normen op die nergens op slaan, zoals het verplicht ophokken van leerlingen – wat zou de inspectie van de Volksgezondheid daar eigenlijk van vinden? Het gaat juist om de kwaliteit van het onderwijs en scholen en leerkrachten weten zelf heus het beste hoe ze die kunnen waarborgen – het zijn per slot van rekening professionals. Een kwantitatieve norm slaat nergens op, daar moeten weer managers voor worden aangesteld. Dan de naweeën van de commissie Dijsselbloem. Het werk van deze commissie zit erop en even leek het er op dat de politiek zijn les had geleerd: de overheid bepaalt de examenvereisten (het WAT), het HOE moet worden overgelaten aan het veld, het veelkleurige onderwijsbestel. Nu steekt het politieke gekissebis alweer de kop op en die 3000 overbodige beleidsbedenkers bij OCW zitten er nog steeds. Het wachten is dus op nieuwe pedagogische beleidsbagger.

Heeft u het eergisteren gelezen in de Volkskrant? De vier fractievoorzitters van de PvdA in de vier Grote Steden verzuchtten: “ Wie beschermt ons tegen Den Haag?” Daar zit inderdaad de kern van het probleem – de tumor van de rijksoverheid. Daar zitten 80.000 ambtenaren die niks te doen hebben, behalve jaarlijks 180 miljard euro verdelen en elkaar de hele tijd dwars te zitten en nieuwe plannetjes bedenken (dat heet “beleid”) als de politiek vind dat er ergens weer eens wat niet goed gegaan is en dank komen er weer nieuwe regeltjes en oekazes. 180 miljard / 80.000 geeft heel veel versnippering, 80.000 budgetjes van gemiddeld 2,25 miljoen bij wijze van spreken, nogal wiedes dat vrijwel ieder maatschappelijk probleem (per definitie complex) te ingewikkeld is om door dit verkokerde monster te kunnen worden aangepakt.

Zo kan ik nog even doorgaan. Over de Belastingdienst bijvoorbeeld. Daar zit een gigantisch probleem, met ook een morele dimensie. De mensen die het het hardst nodig hebben, krijgen hun toeslagen niet, of te laat. Daarnaast dient de uitvoering van het proces van belastingheffing- en inning in een technologisch hoogontwikkelde samenleving natuurlijk foutloos te geschieden. Maar wat is het de laatste jaren een puinhoop geworden, zowel beleidsmatig, als uitvoeringstechnisch. Neem ook de mislukking van (andere) peperdure ICT-projecten, zoals de OV-Chipkaart en het gebrek aan regie waardoor dit soort complexe projecten wel fout moeten lopen.

Wat deze regering ten ene male mist, maar ook de vorige, is Gezag. Als de premier zegt dat Nederland “uit zijn kramp moet komen”, dan moet hij kordaat de mouwen opstropen en echt knopen doorhakken – maar ik vrees dat hij niet durft. En als de vice-premier van de PvdA zegt dat er “in het afgelopen jaar echt wat is veranderd”– sorry, maar dan maakt hij zich echt belachelijk.

Ik moet het nl. ook nog over het andere perspectief hebben, dat van burger en samenleving. En kijk om je heen, wat maken we er met elkaar een onbeschrijfelijke rotzooi van. Wat is de openbare ruimte ons eigenlijk nog waard?

Ik had het daarstraks over de politie. Het NOCNSF zoekt 50.000 scheidsrechters voor het voetbal, hockey en nog 13 andere populaire sporten. Nog zo’n hondenbaantje. Net zo goed als de politie het beu is om voor een aalmoes uitgejouwd te worden, hebben wij allen geen zin meer om ons nog op zaterdagmiddag uit te sloven om vervolgens uitgescholden en bedreigd te worden door oververhitte figuren in het veld en langs de lijn. Ja, we hebben echt met elkaar een probleempje op te lossen: Hoe gaan we met elkaar om?

Dit brengt mij bij het immigratiedebat, Geert Wilders, want dat gaat over hoe we willen samenleven, maar het gaat toch ook weer over de politiek, juist omdat die het zo pijnlijk laat afweten, zo merkt ook Hirshi Ali. Wat ik mis is een regering die het extremisme gewoon op zijn plaats durft te zetten. We hebben een Grondwet, art. 1 zegt: Discriminatie wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht of op welke grond dan ook, is niet toegestaan.” En art. 6 zegt: “ieder heeft het recht zijn godsdienst of levensovertuiging, individueel of in gemeenschap met anderen, vrij te belijden, behoudens ieders verantwoordelijkheid volgens de wet.” De Grondwet staat boven de Koran, de Bijbel en de Torah. De islam is welkom, mits zij onze Grondwet eerbiedigd. Dat moet de boodschap zijn!


En zo komen twee verschillende perspectieven samen.

De samenleving heeft zich ontworsteld en bevrijd van betutteling en hiërarchische bemoeizucht, een culturele bevrijding – die zelfs is doorgeslagen, terwijl de overheid volledig verstrikt is geraakt in zijn eigen bureaucratische structuren, een structurele verstikking. De belevingswerelden van de vrije burger enerzijds en politici en overheidsbestuurders anderzijds sluiten niet meer op elkaar aan. Samenleving en overheid zijn uit balans. Dát is de kloof.

Wie moet zich nu aanpassen? Waar ligt de ultieme verantwoordelijkheid? De burger, wij allen, zeker, maar toch vooral de overheid, want die is er voor de burger, het is niet andersom. En die overheid ontbeert ieder gezag. De overheid is niet meer dienstbaar aan de samenleving en dat is het probleem van de politiek. De politiek kan de kloof niet dichten door een aanpassing van het instrumentarium van de democratie.

Geachte heer Pechtold, uw Nationale Conventie die als opdracht had: “voorstellen te doen voor de inrichting van het nationaal politieke bestel die kunnen bijdragen aan herstel van ver¬trouwen tussen burger en politiek” was een nobel idee maar raakte niet de essentie.

De politiek moet duidelijk maken wat de taken van de overheid zijn en op basis daarvan de collectieve sector helemaal opnieuw inrichten. Rigoureus. We besparen dan met z’n allen minstens 10 miljard per jaar. En dat geld kunnen we gebruiken om de salarissen van de mensen die het echte werk moeten doen stevig op te krikken. Maar geld is niet eens het belangrijkste. Het belangrijkste is het herwinnen van het vertrouwen in de politiek, de overheid en haar instituties. Graag bied ik u mijn boek aan.

28 februari 2008



Index columns
 
 

naar boven

--Gijs van Loef--